
Meet and Greet | Deel 8
Door Lisanne Lejeune
Meet & Greet: David Gimpel
De ontmoeting met David vindt plaats in het kloppend hart van de Stichting in Nieuw-Vennep, waar het een drukte van jewelste is. Er wordt alweer hard gewerkt aan de volgende vrachtwagens richting Oekraïne. Medische spullen staan klaar, twee wagens worden afgevuld en dozen met kleinere spullen worden ingepakt. Olga, haar man Urie Dekker, familie uit Oekraïne en de Oekraïense chauffeur Sacha en zijn partner Anna zijn druk in de weer. Ook voorzitter Piet Büchner komt even kijken.
Midden in al die bedrijvigheid voelt David zich duidelijk als een vis in het water. De 40-jarige is de ‘jonge hond’ tussen de meer ervaren mannen op respectabele leeftijd. Tijdens het gesprek glinsteren zijn ogen als hij over de Stichting vertelt. David staat sowieso vrolijk in het leven en zoekt graag mensen om zich heen die energie geven. Wat dat betreft zit hij hier helemaal op zijn plek.
David is net terug van zijn eerste rit als chauffeur voor de Stichting. Twee weken onderweg naar Oekraïne en weer terug: van dichtbij heeft hij meegemaakt waar hij tot dan toe vooral uit verhalen over had gehoord.

Hoe ben je eigenlijk bij de Stichting terechtgekomen?
“Ik ben geboren in Nieuw-Vennep. Toen ik acht was, stond ik met mijn ouders bij de werf van Nijssen om een konvooi uit te zwaaien. Een fanfareband voorop en daarachter de vrachtwagens. Dat maakte zo’n indruk op me. Het is me altijd bijgebleven. Toen ik tien was, verhuisden we naar Hoofddorp en daarna heb ik er eigenlijk niets meer mee gedaan.
Alweer bijna 20 jaar ben ik werkzaam bij Renault Nieuwendijk in de autobranche, op dit moment als occasionmanager over 5 filialen. Oorspronkelijk kom ik uit een transportfamilie: mijn vader had een transportbedrijf op Schiphol. Ik heb daarom op mijn achttiende ook mijn groot rijbewijs gehaald en op de vrachtwagen gereden.
Maar mijn grote liefde was toch de auto, en dan met name Renault.
Tijdens een mooie rondreis van vier maanden door Europa met onze camper samen met mijn vrouw en onze twee dochters, die toen nog niet leerplichtig waren, kwam het besef om het leven anders in te richten. Wat wil ik nu eigenlijk met mijn leven? Wat is er de afgelopen jaren allemaal gebeurd? En daaruit kwam onder andere dat ik iets wilde doen wat bijdraagt aan anderen.
En toen zag ik op Facebook dat de Stichting vrijwilligers zocht met een groot rijbewijs. Ik wist meteen: dát wil ik. Ik heb Piet Büchner, de voorzitter, gebeld en zo ben ik erbij gekomen. Het was eigenlijk de jongensdroom van dat achtjarige ventje, die uitkwam. Het kan bijna geen toeval zijn dat alles zo samen kwam. Grappig genoeg zei Piet toen ik belde eerst: ‘Maar je klinkt nog helemaal niet zo oud?’ Haha, nee, dat klopt, ik was 39 toen nog. Ik heb op een zaterdag een dag meegedraaid en vanaf seconde één klikte het met iedereen. Het is natuurlijk ook een wereldje dat ik ken, dus dat maakte het makkelijk. En toen kwam al snel de vraag: ‘David, wil je een keer mee naar Oekraïne rijden?’ Als dat te combineren was met mijn gezin en mijn baan, dan natuurlijk graag.”
En hoe was die eerste rit?
“Geweldig. Het rijden op zich vond ik al mooi, maar ook alles eromheen. Hoe goed alles geregeld is, het samenwerken en vooral het gevoel dat je dit doet voor zo’n goed doel. En dan met mensen die elkaar van haver tot gort kennen. Ik kreeg er echt een trots gevoel van dat ik daar nu bij hoorde.

Met mijn 40 jaar was ik de jongste die meeging en reed ik samen met Leo die 81 jaar is. Een geweldige man, vol anekdotes. We hebben ontzettend veel gelachen ook onderweg en het rijden in onze Stichting Scania samen met Jos maakt het compleet.
Zo’n rit betekent ongeveer tweeënhalve dag heen rijden en tweeënhalve dag terug.
Maar bij de grens wacht je tegenwoordig heel lang. Ze willen precies weten wat het land in en uit gaat. Je gaat tenslotte een oorlogsgebied in. Vroeger kon humanitaire hulp zo doorrijden, maar dat kan niet meer. Bij elkaar ben je ongeveer twee weken onderweg.
We staan soms vijf of zes dagen bij de grens, voor die laatste honderd meter Oekraïne in. Gelukkig weten we daar wel raad mee. We kaarten samen, maken de vrachtwagens schoon en zijn een dag door de gemeente meegenomen naar het grensdorp aan Oekraïense kant.
Daar worden de spullen overgeladen op vrachtwagens die ze verder Oekraïne in brengen. Als onze wagen leeg is en we weer terug kunnen, regelen we via het netwerk van o.a. Marco Nijssen dat we onderweg spullen ophalen om naar Nederland te brengen. Betaalde goederen, zodat we de dieselkosten een beetje kunnen drukken.
Vanwege de terugvracht reden we vanaf de grens een stuk in konvooi terug, tot het laatste stukje snelweg waar we uit elkaar gaan. Dan drinken we nog samen koffie, eten een broodje en nemen afscheid. Dat saamhorigheidsgevoel is echt heerlijk. Ik wist niet dat het me zo zou raken.
En al die gepensioneerde mannen… daar heb ik het diepste respect voor. Ze rijden gewoon nog zelf, sjouwen alles en doen het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Niet alleen tijdens de konvooien trouwens. Ook in Nederland doen we wat er op ons pad komt. Moeten er bijvoorbeeld medische matrassen in Assen worden opgehaald? Hop, dan gaan we naar Assen.”

Wat raakt je hier dan het meest in?
“Het gevoel dat ik in Zwaanshoek kreeg, bij een boer die ook spullen opslaat en waar twee Oekraïense vrouwen werken. Zij waren zó dankbaar dat wij spullen kwamen ophalen die voor hun volk bestemd zijn. Dat gevoel is met geen pen te beschrijven.
De Stichting bestond natuurlijk al lang voordat de oorlog begon. Toen reden ze met de vrachtwagens naar ziekenhuizen, scholen en andere plekken waar goederen nodig waren. Ik hoop dat ik het moment snel mag meemaken dat de oorlog voorbij is en ik Oekraïne ook echt in kan. Dan zal de missie waarschijnlijk meer gericht zijn op de wederopbouw van het land. Waar ze behoefte aan hebben, dat gaan we brengen.”
Je bent dus ook in Nederland regelmatig bij de Stichting te vinden?
“Ja, op woensdag en om de week ben ik op zaterdag in Rijsenhout als dat lukt met mijn jonge gezin. Mijn taak is meestal de heftruck bedienen, maar ik sjouw net zo makkelijk. Het is echt een dagje uit met de mannen onder elkaar. We hebben allemaal hetzelfde doel.
Ik vind het zó leuk, het liefst zou ik hier vijf dagen per week zijn. Maar ja, ik moet nog wel even werken bij Renault Nieuwendijk. Dat is natuurlijk een heel andere wereld.
Van de commerciële autobranche naar een organisatie die zich volledig inzet voor een goed doel is best een mooie stap, maar juist die combinatie vind ik leuk.
En ik wil natuurlijk ook voldoende tijd overhouden voor mijn gezin.”
Als David na het gesprek weer tussen de mannen verdwijnt, is één ding duidelijk: hij heeft zijn plek gevonden. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en de Stichting heeft er met David een betrokken en vrolijke vrijwilliger bij gekregen.
Misschien is het precies zoals zijn moeder het vroeger zei: ‘David, jij maakt tenminste
van de nood een deugd.’ De camperreis gaf hem tijd om na te denken. En vervolgens kwam de Stichting op zijn pad.
Een jongensdroom die werkelijkheid werd én een nieuwe manier om iets voor
anderen te betekenen. Een mooiere samenloop van omstandigheden is nauwelijks denkbaar.
