
Meet and Greet | Deel 6
Door Lisanne Lejeune
Meet & Greet met Piet Buchner, voorzitter van de Stichting Holland-Oekraïne
Piet Buchner, doener van beroep. Ik kwam hem al eerder tegen op de paar keer dat ik in de loods en bij het laden van een truck aanwezig was. Piet keek niet toe, die zat gewoon op de vorkheftruck. Voorzitter of niet. Lekker bezig zijn. Ik heb er veel respect voor. Ik spreek hem thuis aan de eettafel bij de fotoboeken die hij voor zich heeft liggen. Hij praat niet graag over zichzelf, maar toch hebben we een leuk gesprek gehad over zijn leven en betrokkenheid voor de Stichting, waarvan hij voorzitter is.
Piet is 74, geboren en getogen Nieuw-Venneper, monteur van beroep, vader en opa. Hij heeft 2 geadopteerde kinderen uit Indonesië. Ze waren 3 maanden toen ze kwamen, een jongen en een meisje. “Ze zijn helemaal mijn kinderen. Doen het maatschappelijk goed, hebben leuke banen, en koken heel lekker, dat zit toch kennelijk in de genen. Mijn zoon heeft wel zijn biologische moeder gevonden, is 2 keer in Indonesië geweest. Mijn dochter had daar geen behoefte aan. Vond het allemaal goed, ik weet dat ik hun vader ben, ook al is dat niet biologisch, en zij zien mij ook zo”.
Mijn Oostblok virus begon in 1981. Toen was er een noodtoestand in Polen. Een groeiende protestbeweging rond de vakbond Solidarność, met Lech Wałęsa als belangrijkste gezicht, werd in 1981 hard onderdrukt door de communistische overheid onder leiding van generaal Wojciech Jaruzelski om haar macht te behouden.
Polen had hulp nodig. Wij reden op een dag met 130 vrachtwagens naar Polen. Dat was wereldnieuws. Het was een actie van de Telegraaf, die klein begon maar gigantisch uit de hand liep. De oproep ging toen niet via sociale media maar via de krant, de radio en mond op mond. En daar kwam gigantische veel door op gang. Wij brachten al die hulpgoederen, als zeep, voedsel, kleding, met 140 vrachtwagens naar een land in staat van beleg. Er reden ook tanks door de straten. Je komt in een hele andere wereld. Als chauffeur was ik erbij. De vrachtwagens kwamen overal vandaan. Iedereen stelde wat beschikbaar. Ik werkte bij transportbedrijf Schalk en Van Breen en reed met onze wagen naar Polen.

Ik was toen monteur, maar ik ben begonnen als loopjongen. Ik was 15, kwam van de LTS. Even knipperen met je ogen, en toen was ik in 1987, op 35-jarige leeftijd, directeur en mede-eigenaar van 40 vrachtwagens. Ik werkte toen inmiddels bij Runner Truck Rental. Ik ben toen nog een paar keer naar Polen geweest, en toen kwam Roemenië. In de tijd van Ceaușescu was er veel armoede in Roemenië. Wij verhuurden de wagens die daarnaar toe gingen aan diverse stichtingen, in Schoonhoven en Ede onder andere. Stond zelf altijd te popelen om te gaan, dus als er om een chauffeur werd gevraagd, pakte ik een auto van onszelf en ging. Belangeloos. Zo ben ik erin gerold. Er was toen ook al wel aandacht voor wat we deden. Een ploeg van het programma Hier en Nu van de NCRV, ging toen een keer een week mee. Bijzonder, zeker voor die tijd. Nu is het makkelijker om publiciteit op te zoeken. Net een item bij de NPO gehad, een interview met onze vrijwilliger Uri Dekker, dat werd opgepikt door Jan Slagter van Omroep Max, die belde met zijn Stichting en doneerde 1000 generatoren. Er is een documentaire gemaakt over ons en die samenwerking. Die komt in het najaar op TV. Dan volgt er ongetwijfeld weer een storm aan spullen. Maar daar hebben we ook nu niks over te klagen. Net weer 2 trailers gevuld en net als we denken, hé, de loodsen zijn leeg, staan ze alweer vol. Daar hoeven we niet eens veel moeite voor te doen, het komt gewoon naar ons toe. Echt fantastisch.
Het was wel echt een cultuurshock om in landen als Roemenië en ook Hongarije te komen. Ben er keer of 8 of 9 geweest. Kleine weggetjes, straatarm land. Heb ook wel een beschermengel gehad. Ik kwam een keer met een zware wagen een weg af, hoog in de bergen, en ik zie een brug, en in m’n ooghoek een rotte balk onder die brug. Ik moest vol in de remmen. Als ik overheen gereden was, was ik met 10/15 ton naar beneden gestort en had ik hier niet meer gezeten.

Maar andersom keken de mensen uit het Oostblok ook hun ogen uit hoor. We hebben een keer een logé gehad uit Roemenië, een jongen van 13. Die nam ik mee naar een relatie die een pakhuis vol Nike schoenen had. Hij keek zijn ogen uit. Ook bij Schiphol, hij wist niet wat hij zag, al die gebouwen, vliegtuigen, auto’s. Had hij in Roemenië in de armoede allemaal nooit gezien. Dit was 1992.
In 1998 verkocht ik de aandelen van Runner. We waren uit ons jasje gegroeid en ik dacht, wegwezen hier. Het was een lekkere financiële klapper, dat wel. Ik kocht daarmee een failliet garagebedrijf over. Dat heb ik weer opgebouwd en is 20 jaar van mij geweest. Via dit bedrijf heb ik Dick ontmoet. Hij kwam voor de AP-keuring bij ons met zijn wagens. Kende hem al, wij zijn geboren Nieuw-Vennepers. “Jij gaat deze wagens keuren”, haha, wat Dick vandaag in zijn hoofd had, moest gisteren gebeuren. Op een leuke manier kreeg hij voor elkaar wat in zijn hoofd zat. Ik werd ook sponsor van de Stichting, zo kwam ik daarbij.

Toen ik in 2018 met pensioen ging, heb ik de garage verkocht. Vanaf dag 1 van mijn pensioen ben ik actief voor de Stichting. Gewoon weer als loopjongen, zoals ik als 15-jarige jongen begonnen ben. Alleen wel heel wat ervaring rijker. Toen overleed Dick vorig jaar, en belde Willem Schrama en vroeg “Piet, wil jij voorzitter worden”? Ik vond het een hele eer dat ze mij vroegen. Ik blijf wel gewoon een doener hoor. Dat zijn wij allemaal eigenlijk. We komen met het bestuur 3 of 4 keer per jaar bij elkaar. Dan bespreken we hoe het gaat, wat er goed of fout ging, waar we van kunnen leren. We bespreken de financiën en via Olga behandelen we de vragen uit Oekraïne. Gewoon even 1,5 uur met elkaar vergaderen, het is leuk en ook dankbaar. Zitten er met een man of 9 bij.
Als er een trailer geladen wordt, zit ik net zo makkelijk ook op de vorkheftruck. Is stressvol hoor, ieder hoekje van de wagen moet gevuld worden. We zijn misschien wel mannen op leeftijd, maar we staan de hele zaterdag te sjouwen en te werken. En we halen de spullen ook zelf op. We kwamen een keer met een wagen bij een bejaardentehuis in Spijkenisse om daar spullen op te halen. Dick Nijssen was erbij. Er stapten meer oude mannen uit die auto, dan dat er aan bejaarden in het tehuis zaten. Joh, ik vind het leuk. Je bent wel eens moe ‘s avonds. We hebben dit jaar alweer 12 transporten gehad, dus alweer 140 ton aan hulpgoederen die kant op gereden. De back-ups uit Oekraïne zijn goed geregeld. We weten dat het goed terecht komt. Daar doen we het voor.

Ja, jonge aanwas, mensen bieden zichzelf wel aan af en toe. We hebben wel wat jongere kerels erbij, maar gemiddeld is het wel 65+. Het is niet zomaar naast je werk te doen, dus als gepensioneerde heb je de tijd. En we zijn liefhebbers. Gaan de hele week het land door, als er interessante goederen te halen zijn. Bij Antoni van Leeuwenhoek kennen ze me ook. Gelukkig op een andere manier, in het magazijn beneden. Ik kom daar bijvoorbeeld operatieschorten halen die over de datum zijn. Onvoorstelbaar zo veel als weggegooid wordt. In Arnhem een keer 40000 injectienaalden opgehaald.
Ja, Dick Nijssen, hij was een vuurvreter. Ik kon lezen en schrijven met hem. We konden lekker tekeergaan tegen elkaar. Maar dat maakte ons band juist sterker. We zijn heel blij dat de familie het overgenomen heeft na zijn overlijden. De vraag was niet “gaan we door” maar “hoe gaan we door”. Dick deed het professioneel, maar nu met zoon Gerard enzo wordt het nog beter aangepakt. De socials, ze zitten er bovenop. En we hebben het ook nodig, die bekendheid.
Sinds 2022 is er die oorlog. We bespreken onder elkaar wel af en toe: “wat als die oorlog over is?” Op een gegeven moment kan je niet eindeloos kleding blijven sturen. Dan zijn bouwmaterialen nodig. Het land moet weer opgebouwd worden. Eens hoef je geen hulp meer te verlenen, dan gaat het weer goed met het land. Dat is het doel, laten we hopen dat de Oekraïners daar snel in belanden. En zo lang ik fysiek gezond blijft, blijf ik er alles aan doen om ze te helpen hiermee. Het is dankbaar werk”.